Een project is pas af als de omgeving het ook zo ervaart. Dat is geen flauwe kanttekening bij een feestelijke dag, maar een stelling over hoe je een groot werk hoort af te sluiten. Op donderdag 1 oktober 2026 stelde minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) in Den Oever het nieuwe gemaal en de nieuwe spuisluizen van de Afsluitdijk in gebruik. Rijkswaterstaat noemt de versterking daarmee afgerond. Technisch klopt dat. Voor de automobilist, de fietser en de schipper is het werk aan de dijk nog jaren niet voorbij, en juist in die fase valt de omgevingsorganisatie van een project meestal uit elkaar.

Eerst wat er staat

Het resultaat verdient erkenning voordat er iets op wordt afgedongen. Bouwconsortium Levvel (Van Oord, BAM en Rebel) heeft de dijk over de volle 32 kilometer versterkt. In Den Oever staat een gemaal met zes pompen die samen 275 kubieke meter water per seconde naar de Waddenzee kunnen verplaatsen, ook als de zeestand te hoog is om onder vrij verval te spuien. Met de nieuwe spuisluizen erbij is de afvoercapaciteit van het IJsselmeer met 45 procent gegroeid. Bij Den Oever en Kornwerderzand liggen nieuwe keersluizen, en bij Kornwerderzand is de dijk doorsneden voor de Vismigratierivier.

Dat alles is gebouwd op een dijk waar het verkeer op de A7 bleef rijden en de scheepvaart bleef schutten. Wie het belang ervan wil begrijpen, hoeft alleen naar de minister te luisteren: zeespiegelstijging en piekbuien veranderen volgens hem de strijd die Nederland al eeuwen met het water voert. Daar is weinig tegen in te brengen.

Wat de gebruiker ervan merkt

Leg daar de dijk naast zoals een gebruiker hem deze maand aantreft.

  • Fietsers en wandelaars kunnen de Afsluitdijk sinds augustus 2019 niet meer in een keer over. Sinds de zomer van 2024 ligt er een nieuw pad van ongeveer 24 kilometer, maar bij de sluizen van Den Oever en Kornwerderzand ontbreken de fietsbruggen. Daar rijdt een gratis fietsbus. De bruggen moeten rusten op de pijlers van de historische sluizen, en die moeten eerst worden hersteld. In 2027 komen er tijdelijke fietsbruggen, voor ongeveer 5 miljoen euro. De bus laten doorrijden tot 2035 zou 14 miljoen euro kosten.
  • Automobilisten rijden bij beide sluiscomplexen tot en met deze maand over een rijstrook per richting. Bij het Vlietermonument blijft een rijstrook richting Friesland tot eind 2027 dicht, net als de parkeerplaats aan de zuidkant. Voertuigen breder dan 3 meter kunnen de dijk niet over.
  • De draaibruggen bij Den Oever en Kornwerderzand zijn oud en storingsgevoelig. In Den Oever worden de bewegende delen een op een vervangen, zodat de bruggen tot minstens 2050 mee kunnen. Voor Kornwerderzand tekenden Rijk en provincie Fryslân in 2020 een overeenkomst die uitging van nieuwe bruggen in 2025 en een bredere sluis in 2028. Rijkswaterstaat meldt nu dat Rijk en regio nog in gesprek zijn en dat de start van het werk niet bekend is.
  • De historische spuisluizen uit 1932 krijgen levensduurverlengend onderhoud. Die renovatie zat oorspronkelijk in het contract met Levvel, maar is er in 2022 uitgehaald om opnieuw te worden aanbesteed.

Geen van deze punten doet af aan de waterveiligheid. Samen bepalen ze wel het beeld. De dijk had in 2022 klaar moeten zijn. In 2020 werd dat 2025, nadat was gebleken dat de hydraulische randvoorwaarden voor het ontwerp van de spuisluizen niet compleet waren. In 2022 volgde een schikking van 238 miljoen euro met de aannemer en kwam het projectbudget boven de 2 miljard euro uit. Wie zeven jaar lang heeft gehoord dat het werk bijna klaar is, leest het woord ‘afgerond’ met een andere bril dan degene die het persbericht schrijft.

Waarom dit meer is dan een woordenkwestie

Wij zien drie redenen om hier een punt van te maken.

De definitie van klaar is van de opdrachtgever, de ervaring van klaar is van de gebruiker. Een project wordt afgesloten op zijn scope: de waterkering voldoet aan de norm, de installaties zijn getest, het contract gaat de onderhoudsfase in. De omgeving kent die scope niet. Zij kent de dijk. Als de communicatie het eerste viert zonder het tweede te benoemen, ontstaat een verschil tussen wat er wordt gezegd en wat mensen zien. Dat verschil betaalt het volgende project.

Restwerk verliest zijn omgevingsorganisatie. Tijdens de bouw is er een projectteam met een omgevingsmanager, een loket, een hinderkalender en een bestuurlijk overleg. Na de oplevering krimpt dat team, terwijl het resterende werk verdeeld raakt over nieuwe contracten, andere aannemers en soms een andere opdrachtgever. De fietsbruggen, de draaibruggen, het monument en de oude spuisluizen zijn voor de organisatie vier dossiers. Voor de omwonende in Den Oever of Kornwerderzand is het een bouwplaats die niet weggaat.

De hinder van restwerk is minder goed uit te leggen. Hinder voor een hogere dijk begrijpt iedereen. Hinder voor een brug die al in 2025 vervangen zou zijn, of voor pijlers die pas na de aanleg van het fietspad aan de beurt komen, vraagt een eerlijker verhaal. Dat verhaal is er wel: historische constructies, gescheiden budgetten, een ontwerpfout die doorwerkte in de planning. Het moet alleen verteld worden door iemand die er verantwoordelijk voor is.

De tegenwerpingen

“Het doel was waterveiligheid, en dat doel is gehaald.” Dat is waar, en het is terecht dat het stormseizoen als ijkpunt is gekozen. Maar een rijksweg, een fietsroute en twee sluiscomplexen op dezelfde dijk maken van elk waterveiligheidsproject ook een bereikbaarheidsproject. Wie alleen het eerste doel afrekent, laat de helft van de gebruikers buiten de slotsom.

“De bruggen en het fietspad zijn andere projecten, van deels andere partijen.” Ook waar. Het fietspad kwam er op initiatief van de provincies Fryslân en Noord-Holland en de gemeenten Hollands Kroon en Súdwest-Fryslân. Maar een bestuurlijke taakverdeling is voor de gebruiker geen uitleg. Juist omdat de verantwoordelijkheid verdeeld is, heeft iemand de taak nodig om het geheel te blijven overzien.

“Je kunt niet eeuwig wachten met een mijlpaal vieren.” Dat hoeft ook niet. Onze kritiek gaat niet over het moment, maar over het woord. ‘Het gemaal en de spuisluizen zijn in gebruik, de dijk is klaar voor het stormseizoen, en dit staat er nog te gebeuren’ is net zo feestelijk en een stuk duurzamer dan ‘afgerond’.

Wat wij aanbevelen

  1. Lever twee keer op. Een keer technisch, een keer aan de omgeving. Spreek aan het begin van het project af welke gebruikerservaringen bij ‘af’ horen (de dijk is in een keer te befietsen, de weg heeft weer twee stroken, de storingen aan de bruggen zijn voorbij) en rapporteer daar apart over.
  2. Maak bij de oplevering een restpuntenlijst voor de omgeving. Aannemers kennen de restpuntenlijst als vast onderdeel van elke oplevering. Een publieke variant, met per punt een eigenaar, een planning en de verwachte hinder, kost weinig en voorkomt veel.
  3. Houd een loket en een gezicht in stand zolang er gebouwd wordt. De website en het loket van De Afsluitdijk bestaan en werken over de projectgrenzen heen. Dat is precies de goede keuze. Leg vast dat zo’n voorziening pas stopt wanneer het laatste restpunt is afgehandeld, niet wanneer het hoofdcontract overgaat naar de onderhoudsfase.
  4. Benoem openstaande besluiten als open. Dat de start in Kornwerderzand onbekend is, is geen prettige boodschap. Het is wel een betere boodschap dan stilte, zoals we eerder beschreven in onze praktijkgids over uitstel en afstel.

Tot slot

De Afsluitdijk is veiliger dan hij in bijna een eeuw is geweest, en dat is de prestatie die telt. Rijkswaterstaat kijkt zelf al vooruit: rond 2045 is opnieuw extra afvoercapaciteit nodig, eerst door meer spuicapaciteit en op termijn met extra pompen. Dat volgende werk begint met het vertrouwen dat dit werk achterlaat. Dat vertrouwen wordt niet verdiend op de dag van de ingebruikname, maar in de twee jaar daarna, als de fietser bij Kornwerderzand voor het eerst niet meer in de bus hoeft te stappen.

Bronnen