Een ondertekende offerte van de netbeheerder is geen leveringsbelofte. Dat is — kort samengevat — de kernboodschap van het kort geding dat de rechtbank Gelderland op 29 april 2026 wees in de zaak tussen het Australische datacenterbedrijf Goodman en TenneT. En het is een boodschap die de hele Nederlandse projectontwikkeling raakt — van woningbouw tot industrie, van warmtenetten tot logistiek vastgoed. Niet omdat datacenters bijzonder zijn, maar omdat het juridische principe dat de rechtbank bevestigt op elk ontwikkeltraject van toepassing is dat draait op de stilzwijgende aanname dat een aanvraag bij de netbeheerder ook leidt tot stroom op tijd.
Die aanname werkt niet meer. Wij denken dat dat geen tijdelijke verstoring is, maar een structurele verschuiving. Capaciteitsplanning is een omgevingsmanagementvraagstuk geworden — en projectontwikkelaars die dat nog behandelen als een administratief stappenplan bij de netbeheerder, lopen aan tegen het soort verrassing dat Goodman nu publiekelijk overkomt.
Wat de rechtbank heeft beslist
De feiten kort. Goodman vroeg in 2021 een stroomaansluiting van enkele tientallen megawatt aan voor een datacenter in Vijfhuizen, tussen Haarlem en Amsterdam. TenneT bracht een offerte uit, en Goodman ondertekende die. Vervolgens werd grond verworven en investeringen gepleegd. Begin 2026 — toen het regionale net in deze focusregio definitief over zijn maximum was — pauzeerde TenneT alle nog niet gerealiseerde aansluitingen, waaronder die van Goodman. Naar verwachting wordt het net pas tussen 2033 en 2035 voldoende versterkt om Goodman alsnog te bedienen.
Goodman startte een kort geding en eiste hervatting van het aansluittraject, met als drukmiddel een dwangsom van 500.000 euro per dag vanaf 1 juni. De rechter wees die eis af. De motivering is voor projectontwikkelaars relevanter dan het oordeel zelf:
- Pas met een ondertekende aansluit- en transportovereenkomst (ATO) heeft een aanvrager de positie van gecontracteerde klant en dus aanspraak op aansluiting en transport. Een ondertekende offerte alleen levert die status niet op.
- Het belang van een veilig en betrouwbaar net weegt zwaarder dan het individuele projectbelang. Als de netbeheerder beredeneerd kan motiveren dat aansluiting nu de netveiligheid in gevaar brengt, mag hij weigeren — ook bij eerdere toezeggingen.
- Het feit dat een ontwikkelaar grond heeft gekocht, vergunningen heeft aangevraagd of contracten met afnemers heeft gesloten op basis van een offerte, is geen zelfstandige juridische grond voor afdwingen van aansluiting.
Daarmee is een impliciete praktijkverhouding die jarenlang functioneerde — “we hebben een offerte, dus de stroom komt” — formeel doorbroken.
De tegenargumenten, en waarom ze niet houden
Tegen onze stelling dat dit een structurele verschuiving is, vallen drie tegenwerpingen te bedenken. Geen van drie houdt stand.
“Het Aansluitoffensief lost dit op.” Het kabinet presenteerde op 4 februari 2026 het Aansluitoffensief met acht doorbraken om de wachtrij van ruim 15.000 grootverbruikers binnen twee jaar fors te verkorten. De maatregelen — flexibele contracten, congestiediensten, top-50-flexafspraken — zijn waardevol, maar verschuiven het probleem in de tijd, niet in soort. Voor een datacenter in Vijfhuizen dat netversterking pas in 2033 ziet komen, is flexibiliteit hooguit een gedeeltelijke oplossing. En de juridische logica van het Goodman-vonnis blijft staan: ook met meer doorzet en flexibiliteit blijft een offerte een offerte en geen ATO.
“Dit gaat alleen over datacenters.” Het kabinet heeft een moratorium op nieuwe hyperscale datacenters, en dat geeft het Goodman-dossier een politieke geur die de algemene relevantie verbergt. Maar de uitspraak gaat niet over wenselijkheid van datacenters; ze gaat over de juridische status van een aansluittoezegging. Diezelfde redenering wordt aangevoerd in zaken rond logistieke parken, glastuinbouwclusters, kantoorontwikkelingen, batterijparken en gemeentelijke warmtenetprojecten. Vanaf 1 juli 2026 komen ook kleinverbruikers in congestiegebieden onder het ACM-prioriteringskader. Het Goodman-vonnis is geen niche-uitspraak; het is een leidraad voor hoe rechters in vergelijkbare zaken zullen gaan kijken.
“Dit is een tijdelijke crisis tot het net is verzwaard.” Netbeheerders zelf zeggen het anders. TenneT meldde in maart 2026 dat circa zestig procent van de netuitbreidingsprojecten gemiddeld tweeënhalf jaar vertraging oploopt. De planhorizon van investeringsplannen ligt nu op vijftien jaar. Wachten tot het probleem vanzelf verdwijnt, is geen strategie. Voor projecten die de komende vijf tot tien jaar op het net moeten, is netcapaciteit een blijvend schaars goed — geen weerstand die wegtrekt.
Wat dit betekent voor omgevingsmanagement
Hier zit de eigenlijke kern. Capaciteitsplanning wordt niet alleen een commercieel of technisch vraagstuk; het wordt een omgevingsmanagementvraagstuk. Drie verschuivingen tegelijk.
De netbeheerder wordt een stakeholder met eigen publiek belang. Tot voor kort konden ontwikkelaars de netbeheerder benaderen als technisch leverancier die op aanvraag bouwt wat nodig is. Het Goodman-vonnis bevestigt dat de netbeheerder zelfstandig een maatschappelijk belang mag laten prevaleren boven het individuele projectbelang. Dat verandert de stakeholderkaart. De netbeheerder moet net zo vroeg en formeel in beeld komen als de gemeente, de provincie, het waterschap en de omwonenden. Een toezegging is geen lijntje meer dat je later “even formaliseert”; het is een onderhandeling met een tegenpartij die haar eigen mandaat heeft.
Capaciteit wordt een lokaal verdelingsvraagstuk. Wanneer ruimte op het net schaars is, ontstaat in elk congestiegebied een impliciete verdelingsvraag: welk project krijgt voorrang? Het ACM-prioriteringskader geeft daarvoor een formele rangorde — congestieverzachters, maatschappelijke prioriteit, overige aanvragen — maar de invulling daarvan is bij uitstek een lokale dialoog. Welk woningbouwproject is meer “maatschappelijk noodzakelijk” dan welk ander? Welke bedrijventerreinontwikkeling versterkt de regio meer dan welke andere? Die vragen horen niet in een aansluitportaal van de netbeheerder thuis; ze horen op een tafel waar gemeente, provincie, netbeheerder, ontwikkelaars en bewoners samen zitten. Het verzorgen van zo’n tafel is omgevingsmanagement.
De legitimiteit van projecten verschuift. Een ontwikkelaar die ondanks netschaarste een aansluiting krijgt, doet dat ten koste van een ander project of een andere bewoner verderop op de wachtlijst. Dat is geen abstract gegeven meer; het wordt zichtbaar in lokale berichtgeving en in de raadzaal. De projecten die de komende jaren stroom krijgen, zullen niet alleen de juridische maar ook de publieke test moeten doorstaan: waarom dit project en niet dat andere? Dat verandert hoe ontwikkelaars hun verhaal vertellen, en welke partners ze daarbij betrekken.
Wat te doen — concreet
Voor projecten die de komende jaren een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig hebben, betekent het Goodman-vonnis vier concrete dingen.
Begin met een formele capaciteitstoets voordat je grond verwerft of vergunningen aanvraagt. Vraag aan de relevante regionale en landelijke netbeheerder een transportindicatie op de beoogde locatie, en interpreteer een offerte niet als garantie maar als startpunt. Een ATO ondertekenen vóór onomkeerbare investeringen wordt de nieuwe standaard.
Plan netcapaciteit als integraal onderdeel van het omgevingsspoor, niet als losse parallelaanvraag. Vergunningenstrategie, participatietraject en aansluittraject hebben elkaar nodig: de gemeente kan de bouw vergunnen, maar zonder transportindicatie staat er straks een leeg pand. Communiceer dat risico transparant naar de wethouder, de raad en de omwonenden — niet aan het einde, maar bij de eerste informatieronde.
Verken flexibiliteit als ontwerpkeuze, niet als noodgreep. Non-firm contracten, batterijopslag, eigen opwek, congestiediensten en hubvorming met buurprojecten kunnen het verschil betekenen tussen wel of niet aansluiten binnen de gewenste termijn. Die keuzes hebben omgevingsconsequenties — extra installaties, ruimtelijke inpassing, geluid, veiligheid — die je vroeg in het traject moet adresseren.
Investeer in regionale coalities. In veel congestiegebieden ontstaan provinciale of gemeentelijke regietafels waar netbeheerders, ontwikkelaars en publieke partijen prioritering bespreken. Ontwikkelaars die alleen via formele aanvragen werken, missen die tafel. Ontwikkelaars die meedoen, hebben een fundamenteel betere positie als het op verdelen aankomt.
Een aansluitcontract is een omgevingsdossier
Het Goodman-vonnis voelt voor sommige ontwikkelaars als onrecht: investeringen gedaan, offerte ondertekend, en toch geen stroom. Wij begrijpen die teleurstelling, maar wij delen de juridische strekking. De netbeheerder is geen leverancier die op afroep capaciteit produceert; hij is de beheerder van een gedeeld publiek goed dat schaars is geworden. Aansluiting moet daarmee dezelfde zorgvuldigheid en dezelfde maatschappelijke afweging dragen als een omgevingsvergunning, een Natura 2000-toets of een participatietraject.
Omgekeerd geldt dat als wij die analyse serieus nemen, er een opdracht ligt voor het hele veld: voor ontwikkelaars om capaciteitsplanning op te tillen, voor netbeheerders om transparant en aanspreekbaar te zijn over hun afweging, voor gemeenten en provincies om een regietafel te organiseren waar prioritering in alle openheid plaatsvindt, en voor omgevingsmanagement om die rol op zich te nemen.
De tijd dat een aansluiting een vinkje was, is voorbij. Het is een dossier geworden — en de projecten die dat het eerst doorhebben, zullen de komende jaren wél stroom hebben.
Bronnen
- Rechtspraak.nl — TenneT niet gehouden tot hervatten aansluittraject projectontwikkelaar (29 april 2026)
- NOS — Netbeheerder Tennet hoeft datacenter niet direct aan te sluiten op overvol stroomnet
- Rijksoverheid — Eindrapport Aansluitoffensief: Acht doorbraken voor beter benutten van het net (4 februari 2026)
- ACM — Codebesluit prioriteringsruimte bij transportverzoeken
- Computable — Datacenter in Vijfhuizen kan 9 jaar wachten op stroom