Een crisiswet versnelt de uitbreiding van het stroomnet alleen als de omgeving eerder aan tafel komt, niet later. Dat is de kern van ons standpunt over het pakket dat staatssecretaris Jo-Annes de Bat (Klimaat en Groene Groei) op 11 september 2026 naar de Tweede Kamer stuurde. De richting is goed en de urgentie is echt. Maar bijna elke maatregel in het pakket haalt een formeel moment weg waarop bewoners, bedrijven of gemeenten zich tot nu toe konden melden. Wie dat doet zonder het informele omgevingswerk te versterken, wint tijd op papier en verliest die op de bouwplaats.

Wat het kabinet voorstelt

Het kabinet spreekt zelf van tien besluiten, met als doel de doorlooptijd van nieuwe stroomverbindingen te halveren. De maatregelen die de omgeving direct raken:

  • Beroep in een instantie. Vanaf 1 oktober 2026 gaan beroepen tegen elektriciteitsprojecten vanaf 21 kV rechtstreeks naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een pro forma beroepschrift is niet meer mogelijk en de Afdeling doet binnen zes maanden na het verweerschrift uitspraak. Het kabinet verwacht in sommige zaken tot anderhalf jaar winst.
  • Provincie als standaard bevoegd gezag voor nieuwe 110 en 150 kV-projecten, naar verwachting vanaf juli 2027. Dat moet enkele maanden tot twee jaar schelen.
  • Vergunningvrij bouwen en uitbreiden van hoog- en middenspanningsstations, binnen eisen aan omvang en ligging. Dat versnelt volgens het kabinet tientallen projecten per jaar met enkele maanden tot anderhalf jaar.
  • Geen mer-beoordeling meer voor ondergrondse hoogspanningskabels; alleen bovengrondse lijnen blijven eronder vallen. Winst: zes weken tot drie maanden.
  • Vrijstelling van de stikstofvergunning voor netuitbreiding, op voorwaarde dat Brussel meegaat.
  • Een apart spoedregime voor een beperkte groep zeer urgente projecten, zoals hoogspanningsstations op een strategische plek. De selectiecriteria volgen dit najaar.

Daarnaast bevat het pakket maatregelen voor slimmer netgebruik, zoals het beschikbaar stellen van de vluchtstrook op het net aan bedrijven die bij een storing hun afname tijdelijk terugschroeven. Die laten we hier buiten beschouwing.

Waarom wij de richting steunen

Laten we beginnen met wat klopt. De wachtrij is geen abstractie: duizenden bedrijven en woningbouwprojecten wachten op een aansluiting, en sinds 1 juli 2026 kunnen ook kleinverbruikers op een wachtlijst komen. Een onderstation dat twee jaar in procedure zit terwijl er vierhonderd woningen op wachten, is maatschappelijk moeilijk uit te leggen. Het schrappen van het pro forma beroep en een termijn voor de uitspraak zijn verdedigbare ingrepen; de Crisis- en herstelwet deed in 2010 vergelijkbare dingen en een deel daarvan is inmiddels gewoon bestuursprocesrecht.

Netbeheer Nederland verwelkomde het pakket, met de terechte kanttekening van directeur Hans-Peter Oskam dat succes wordt gemeten aan het aantal woningen en bedrijven dat van de wachtlijst af komt, niet aan het aantal wetsvoorstellen.

Waar het wringt: elk geschrapt moment was ook een signaal

Een zienswijze, een bezwaar, een mer-beoordeling: het zijn procedurestappen, maar het zijn ook de momenten waarop een initiatiefnemer hoort wat hij over het hoofd zag. De zoemtoon van een transformator naast een speeltuin. De enige ontsluitingsweg van een boerenbedrijf die maanden door een kabeltracé wordt doorsneden. Het archeologisch verwachtingsgebied dat niemand op de kaart had.

Neem de vergunningvrije uitbreiding van middenspanningsstations. Voor de netbeheerder is dat een logische vereenvoudiging van standaardwerk. Voor de buurman betekent het dat er zonder aankondiging een groter gebouw verschijnt, zonder publicatie, zonder termijn en zonder adres om naartoe te schrijven. Vergunningvrij is niet regelvrij, maar het is wel meldingsvrij. Wij kennen genoeg dossiers waarin juist dat soort kleine objecten, het energiehuisje op het grasveld, de kast op de stoep, de meeste boze telefoontjes opleverden.

Hetzelfde geldt voor beroep in een instantie. Dat is prima, mits de besluitvorming vooraf zo goed is dat er weinig te repareren valt. De Raad van State liet deze zomer bij WarmtelinQ zien dat een zorgvuldig onderbouwde variantenafweging standhoudt. Wie in een instantie procedeert, heeft geen tweede kans om een gebrek te herstellen dat een rechtbank eerder had kunnen signaleren. De zorgvuldigheid moet dus naar voren.

De stikstofvrijstelling: reken er niet op

Over een onderdeel zijn wij expliciet sceptisch. De vrijstelling van de stikstofvergunning hangt af van een akkoord in Brussel. De Raad van State veegde in november 2022 de bouwvrijstelling van tafel in de Porthos-uitspraak, omdat die niet te rijmen viel met de Habitatrichtlijn. Een projectorganisatie die haar planning nu al baseert op een vrijstelling die er nog niet is, loopt het risico dat een vernietigd besluit meer tijd kost dan de vrijstelling ooit had opgeleverd. Ons advies aan netbeheerders: bouw de stikstofonderbouwing gewoon door tot er een juridisch houdbare regeling ligt.

De tegenargumenten

“De omgeving is de vertragende factor, dus minder inspraak is winst.” Dat is maar gedeeltelijk waar. Een groot deel van de doorlooptijd zit in capaciteit bij netbeheerders en bevoegd gezag, in materiaal, in technici en in de voorbereiding zelf. En waar de omgeving wel vertraagt, doet ze dat meestal omdat ze te laat of te weinig is betrokken. Een geschrapt bezwaarmoment voorkomt geen boze bewoner; het verandert alleen de plek waar die zich meldt: bij de wethouder, bij de pers, of bij het hek van de bouwplaats.

“Participatie kost ook tijd, en die hebben we niet.” Goed georganiseerd omgevingswerk loopt parallel aan ontwerp en voorbereiding. Het kost geld en mensen, geen maanden op het kritieke pad. Een procedure die vastloopt op een onvoorzien belang kost die maanden wel.

“Het gaat om kleine stations, daar ligt niemand wakker van.” Omwonenden beoordelen een object niet naar spanningsniveau maar naar afstand tot hun slaapkamerraam. De kleinste objecten staan het dichtst bij de mensen.

“De provincie wordt bevoegd gezag, dan is de regie toch geregeld?” Formeel wel. Maar bewoners blijven aankloppen bij hun gemeente, die haar formele rol kwijtraakt maar haar loket houdt. Zonder afspraken tussen provincie, gemeente en netbeheerder over wie wat vertelt, ontstaat precies de verwarring die het kabinet wil oplossen.

Wat er nodig is naast de crisiswet

Wij pleiten niet voor minder versnelling, maar voor een compenserend omgevingsspoor. Concreet:

  1. Netbeheerders stellen een eigen informatiestandaard op voor vergunningvrije projecten. Een burenbrief ruim voor de start, een aanspreekpunt met naam en telefoonnummer, en inpassingsregels voor geluid, groen en uitstraling die net zo zwaar wegen als een vergunningvoorschrift. Netbeheer Nederland is de logische partij om die standaard sectorbreed vast te leggen.
  2. Provincies bouwen omgevingscapaciteit op, niet alleen juridische. Een bevoegdheid voor 110 en 150 kV zonder mensen die gebieden kennen en gesprekken kunnen voeren, levert straks trage en slecht onderbouwde besluiten op. Juist in een instantie is dat riskant.
  3. Het spoedregime krijgt participatie-eisen in de wet zelf. Als voor de meest urgente projecten procedurestappen vervallen, leg dan vast dat er een omgevingsanalyse en een participatieverslag bij het besluit horen, en maak de selectiecriteria openbaar. De vraag “waarom hier wel en daar niet” komt hoe dan ook; beter dat het antwoord al klaarligt.
  4. Meet het effect. Houd bij hoeveel projecten na inwerkingtreding alsnog vertraging oplopen door omgevingsfactoren. Dan weten we over twee jaar of de winst echt was.

Tot slot

Op 25 november debatteert de Tweede Kamer over netcongestie. Wij hopen dat het debat niet alleen gaat over hoeveel procedure er af kan, maar ook over wat ervoor in de plaats komt. De crisiswet haalt inspraakmomenten weg. Het gesprek met de omgeving blijft nodig; het verhuist alleen naar voren. Netbeheerders en provincies die dat nu organiseren, gaan straks echt sneller. Wie denkt dat de wet dat werk overneemt, zal merken dat de vertraging gewoon later komt, en dan zonder rechter die haar in zes maanden oplost.

Bronnen